cgk-gn

Liturgie : Doopdienst RBikker      08-02-2026

doopdienst

inhoudsopgave:

     Matteüs 8:5-13  NBV21
     Gezang 051 - Lieve Heer Gij zegt 'kom' en ik kom
     OPW 740 - Jij lieve, kleine schat
     OPW 599 - Kom tot de Vader
     OPW 710 - Vader maak mij tot een zegen
     OPW 845 - De Zegen - (the Blessing)
     Doop
     Meer dan een wonder
     Gezang 078 - Laat me in U blijven
     E&R151 - Laat m' in U blijven
     Gezang 473 - Neem mijn leven laat het Heer
     Gezang 334 - Here Jezus, wij zijn nu
     Gezang 444 - Grote God, wij loven U
     LvK Psalm 139

Online Service linkthema afbeelding

   Matteüs 8:5-13 (Nieuwe Bijbel Vertaling revisie 2021)

5 Toen Hij Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
6 ‘Heer,’ zei hij, ‘mijn knecht ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
7 Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
8 Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Spreek slechts een enkel woord en mijn knecht zal genezen.
9 Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!”, dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!”, dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: “Doe dit!”, dan doet hij het.’
10 Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden.
11 Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen bij het feestmaal in het koninkrijk van de hemel,
12 maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’
13 Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn knecht.

   Liedboek voor de Kerken Gezang 51 - Gezang 51; Lieve Heer, Gij zegt 'kom' en ik kom

      

1
Lieve Heer, Gij zegt 'kom' en ik kom,
want mijn leven is onder de macht gesteld
van de Heer die mijn dagen en nachten telt
en de Heer zegt kom en ik kom.

2
O mijn God, Gij zegt 'ga' en ik ga,
Gij zegt ga en ik ga, laat mij niet alleen,
wees het woord in mijn vlees en de geest om mij heen,
wees de adem waaruit ik ontsta.

3
Want o Heer, ik zeg 'kom' en Gij komt,
ik zeg kom en Gij komt en uw bloed wordt wijn
en uw lichaam brood voor wie hongerig zijn
en uw naam wordt een lied in mijn mond.

   Opw 740 - Jij lieve, kleine schat

      

1
Ik bid dat God jou zegent,
jij lieve, kleine schat
en dat Hij jou zal geven
de wensen van je hart.

2
Ik bid dat God jou zegent,
jij lieve, kleine schat
en dat het ver zal rijken
tot in jouw nageslacht.

Brug
Want Hij is de Almachtige,
de Schepper van't heelal.
Hij maakte alles prachtig
en jou bovenal.

Brug
Want Hij is de Almachtige,
de Schepper van't heelal.
Hij maakte alles prachtig
en jou bovenal.

3
Ik bid dat God jou zegent,
dat door jouw leven heen,
je steeds weer zult ervaren:
'God laat me niet alleen'.

   Opw 599 - Kom tot de Vader (Nog voordat je bestond)

      

1
Nog voordat je bestond,
kende Hij je naam.
Hij zag je elk moment
en telde elke traan.
Omdat Hij van je hield,
gaf Hij zijn eigen Zoon.
Hij wacht alleen nog maar
totdat je komt.

2
En wat je nu ook doet,
zijn liefde blijft bestaan.
Ook niets wat jij ooit deed,
verandert daar iets aan.
Omdat Hij van je houdt,
gaf Hij zijn eigen Zoon.
En nu is alles klaar
wanneer jij komt.

refrein
Kom tot de Vader,
kom zoals je bent.
Heel je hart, al je pijn
is bij Hem bekend.
De liefde die Hij geeft,
de woorden die Hij spreekt.
Daarmee is alles klaar,
wanneer jij komt.

2
En wat je nu ook doet,
zijn liefde blijft bestaan.
Ook niets wat jij ooit deed,
verandert daar iets aan.
Omdat Hij van je houdt,
gaf Hij zijn eigen Zoon.
En nu is alles klaar
wanneer jij komt.

refrein
Kom tot de Vader,
kom zoals je bent.
Heel je hart, al je pijn
is bij Hem bekend.
De liefde die Hij geeft,
de woorden die Hij spreekt.
Daarmee is alles klaar,
wanneer jij komt.

refrein
Kom tot de Vader,
kom zoals je bent.
Heel je hart, al je pijn
is bij Hem bekend.
De liefde die Hij geeft,
de woorden die Hij spreekt.
Daarmee is alles klaar,
wanneer jij komt.

   Opw 710 - Vader maak mij tot een zegen (Gebed om Zegen)

      

1
Zegen mij op de weg die ik moet gaan.
Zegen mij op de plek waar ik zal staan.
Zegen mij in alles, wat U van mij verlangt.
O God, zegen mij alle dagen lang!

refrein1
Vader, maak mij tot een zegen;
ga mij niet voorbij.
Regen op mij met uw Geest, Heer,
Jezus, kom tot mij
als de Bron van leven,
die ontspringt, diep in mij.
Breng een stroom van zegen,
waarin U zelf steeds mooier wordt voor mij.

2
Zegen ons waar we in geloof voor leven.
Zegen ons waar we hoop en liefde geven.
Zegen om de ander tot zegen te zijn.
O God, zegen ons tot in eeuwigheid!

refrein2
Vader, maak ons tot een zegen;
hier in de woestijn.
Wachtend op Uw milde regen,
om zelf een bron te zijn.
Met een hart vol vrede
zijn wij zegenend nabij.
Van Uw liefde delend
waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.

refrein3
Vader, maak ons tot een zegen;
hier in de woestijn.
Wachtend op uw milde regen,
om zelf een bron te zijn.
Met een hart vol vrede,
zijn wij zegenend nabij.
Van uw liefde delend,
waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.

refrein4
met een hart vol vrede
zijn wij zegenend nabij.
van Uw liefde delend
waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.

   - De Zegen - (The Blessing)

      


refrein
Amen. Amen. Amen.
Amen. Amen. Amen.


refrein
Amen. Amen. Amen.
Amen. Amen. Amen.

refrein
Amen. Amen. Amen.
Amen. Amen. Amen.

Brug1
Mag zijn goedheid jou omgeven,
tot in duizend generaties;
ook je zonen en je dochters
en hun zonen en hun dochters.

Brug2
De Heer zelf zal voor je uitgaan.
Hij omgeeft je, Hij omringt je.
Om je heen en binnen in je:
Hij is bij je. Hij is bij je.

Brug3
In de morgen, in de avond,
als je weggaat, als je thuiskomt,
in je tranen, in je vreugde:
Hij is bij je. Hij is bij je.

Brug4
Hij is bij je,

Hij is bij je.
Hij is bij je,

Hij is bij je.
Hij is bij je.

Hij is bij je.
Hij is bij je.

Hij is bij je.

refrein
Amen. Amen. Amen.
Amen. Amen. Amen.

Brug1
Mag zijn goedheid jou omgeven,
tot in duizend generaties;
ook je zonen en je dochters
en hun zonen en hun dochters.

Brug2
De Heer zelf zal voor je uitgaan.
Hij omgeeft je, Hij omringt je.
Om je heen en binnen in je:
Hij is bij je. Hij is bij je.

Brug3
In de morgen, in de avond,
als je weggaat, als je thuiskomt,
in je tranen, in je vreugde:
Hij is bij je. Hij is bij je.

Brug4
Hij is bij je,

Hij is bij je.
Hij is bij je,

Hij is bij je.
Hij is bij je.

Hij is bij je.
Hij is bij je.

Hij is bij je.

refrein
Amen. Amen. Amen.
Amen. Amen. Amen.

refrein
Amen. Amen. Amen.
Amen. Amen. Amen.

refrein
Amen. Amen. Amen.
Amen. Amen. Amen.

refrein
Amen. Amen. Amen.
Amen. Amen. Amen.

   SELA -Via Dolorosa-Live in Gouda- - Doop

      

1
In het water van de doop, zien wij hoe God zelf belooft,
dat zijn Naam voorgoed aan ons verbonden is.
Water dat getuigt en spreekt, van de hoop die in ons leeft,
dat Gods liefde voor ons niet veranderd is.

2
Eén met Christus in zijn dood, gaan wij onder in de doop,
overtuigd dat er bij Hem vergeving is.
Eén met Christus, ingelijfd, staan wij op van schuld bevrijd,
in een leven dat voorgoed veranderd is.

refrein1
Met de Heer begraven en weer opgestaan,
om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan.
Uit het water van de doop,
putten wij geloof en hoop,
dat Gods trouw en liefde blijvend is.
Dat Gods trouw en liefde blijvend is.

3
In zijn lichaam ingelijfd: Christus’ kerk die wereldwijd,
is geroepen om een beeld van Hem te zijn.
Mensen overal vandaan, die de weg van Christus gaan,
om vernieuwd voor Hem te leven, vrij te zijn.

refrein1
Met de Heer begraven en weer opgestaan,
om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan.
Uit het water van de doop,
putten wij geloof en hoop,
dat Gods trouw en liefde blijvend is.
Dat Gods trouw en liefde blijvend is.

Brug1
Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.
Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.

Brug2
Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.
Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.

Brug1
Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.
Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.

Brug2
Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.
Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.

refrein2
Met de Heer begraven en weer opgestaan,
om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan.
Uit het water van de doop,
putten wij geloof en hoop,
dat Gods trouw en liefde blijvend is.

   - Meer dan een wonder

      

1
Nooit gedacht dat je zo mooi zou zijn
Nooit gedacht, zo perfect en klein
Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk
Je bent meer dan een wonder

2
Door Hem bedacht. Door Hem gemaakt
Door Hem geliefd en aangeraakt
Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk
Je bent meer dan een wonder

Brug1
Dicht tegen me aan: je voelt zo warm en zacht
Vol verwachting hebben wij op jou gewacht
En nu jij er bent...

3
Je kijkt me aan, ik zie een hemelkind,
Ik kijk jou aan, de hemel geeft ons licht
Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk

Brug2
Je eerste woord zal alles zijn:
papa, mama, blijf bij mij
Je hebt een plek, je hoort erbij
Hier zul je veilig zijn

O
Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk
Je bent... meer dan een wonder!

   Liedboek voor de Kerken - Gezang 78

      

1
Laat m' in U blijven, groeien, bloeien,
o Heiland die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of 'k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!

2
Ik kan mijzelf geen wasdom geven:
niets kan ik zonder U, o Heer!
In uw gemeenschap kiemt er leven
en levensvolheid meer en meer!
Uw Geest moet in mij uitgestort:
de rank die U ontvalt, verdort.

3
Neen, Heer, ik wil van U niet scheiden,
'k blijf de Uw' altijd, blijf Gij de mijn'!
Uw liefde moet alom mij leiden,
uw leven moet mijn leven zijn,
uw licht moet schijnen in mijn huis
bij kruis naar kracht en kracht vaar kruis.

4
Dan blijft mijn ziel voor U gewonnen,
dan wint mijn ziel door U in kracht!
Het werk in needrigheid begonnen,
wordt dan in heerlijkheid volbracht!
Wat in de windslen sliep, ontbot,
en komt in 't licht en rijpt voor God.

   E&R 151 - Laat m' in U blijven

      

1
Laat m’ in u blijven groeien bloeien,
o Heiland, die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of ‘k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!

2
Ik kan mijzelf geen wasdom geven:
niets kan ik zonder U, o Heer!
In uw gemeenschap kiemt er leven
en levensvolheid meer en meer!
Uw Geest moet in mij uitgestort:
de rank die U ontvalt, verdort.

3
Neen, Heer, ik wil van U niet scheiden,
'k blijf d' Uw' altijd, blijf Gij de mijn'!
Uw liefde moet alom mij leiden,
uw leven moet mijn leven zijn,
uw licht moet schijnen in mijn huis
bij kruis naar kracht en kracht naar kruis.

4
Dan blijft mijn ziel voor U gewonnen,
dan wint mijn ziel door U in kracht!
Het werk in needrigheid begonnen,
wordt dan in heerlijkheid volbracht!
Wat in de windslen sliep, ontbot,
en komt in 't licht en rijpt voor God.

   Liedboek voor de Kerken Gezangang 473 - Neem mijn leven, laat het, Heer

      

1
Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.

2
Neem mijn handen, maak ze sterk,
trouw en vaardig tot uw werk.
Maak dat ik mijn voeten zet
op de wegen van uw wet.

3
Neem mijn stem, opdat mijn lied
U, mijn Koning, hulde biedt.
Maak, o Heer, mijn lippen rein,
dat zij uw getuigen zijn.

4
Neem mijn zilver en mijn goud,
dat ik niets aan U onthoud.
Maak mijn kracht en mijn verstand
tot een werktuig in uw hand.

5
Neem mijn wil en maak hem vrij,
dat hij U geheiligd zij.
Maak mijn hart tot uwe troon,
dat uw Heilge Geest er woon'.

6
Neem mijn zonden en mijn schuld
in 't beleid van uw geduld.
Maak dat ik, opstandig kind,
steeds de weg tot U hervind.

7
Neem, o Trooster, mijn verdriet,
Gij veracht mijn tranen niet.
Maak dat ook in mij uw kracht
steeds in zwakheid wordt volbracht.

8
Neem en weeg mijn staat en stand
in de weegschaal van uw hand.
Maak dat ik in deemoed leer
knecht te zijn, als Gij, o Heer.

9
Neem en zegen alle vreugd,
al 't geluk dat mij verheugt.
Maak dat ik mij nimmer schaam
mens te wezen in uw naam.

10
Neem ook mijne liefde, Heer,
'k leg voor U haar schatten neer.
Neem mijzelf en voor altijd
ben ik aan U toegewijd.

   Liedboek voor de Kerken Gezangang 334 - Here Jezus, wij zijn nu

      

1
Here Jezus, wij zijn nu
in het heiligdom verschenen,
met ons kind gaan wij tot U
wil uw zegen ons verlenen
waar de roepstem wordt vernomen:
laat de kindren tot Mij komen.

2
Laat dit woord dan allermeest
helder klinken in onz' oren:
wie door water en door Geest
niet als kind werd nieuwgeboren
wordt door U niet aangenomen,
kan in 't rijk van God niet komen.

3
Niemand, die ons helpen kan,
niemand kan ons kind beschermen.
Wie zijn wij? Neem Gij het dan,
draag het in uw groot erbarmen.
Dat het vroeg U in dit leven
ja voorgoed zijn hart mag geven.

4
Herder, neem uw schaapje aan.
Hoofd, maak het een van uw leden.
Wees zijn weg, wijs het zijn baan.
Vredevorst, wees Gij zijn vrede.
Wijnstok, laat dit rankje bloeien,
dat er eens veel vruchten groeien.

5
Al het onz' is U gewijd,
't liefste wat Ge ons toevertrouwde
wordt als offer U bereid.
Gij alleen kunt het behouden.
Schrijf de naam door ons gegeven
in het levensboek ten leven.

   Liedboek voor de Kerken Gezangang 444 - Grote God, wij loven U

      

1
Grote God, wij loven U,
Heer, o sterkste aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U
en bewondert Uwe werken.
Die Gij waart te allen tijd,
blijft Gij ook in eeuwigheid.

2
Alles wat U prijzen kan,
U, de Eeuwge, Ongeziene,
looft uw liefd' en zingt ervan.
Alle englen, die U dienen,
roepen U nooit lovensmoe:
Heilig, heilig, heilig toe!

3
Heer, ontferm U over ons,
open uwe Vaderarmen,
stort uw zegen over ons,
neem ons op in uw erbarmen.
Eeuwig blijft uw trouw bestaan
laat ons niet verloren gaan.

   Liedboek voor de Kerken - Psalm 139

      

1
Heer, die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken,
kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,
Gij volgt mij waar ik zit of sta.
Wat mij ten diepste houdt bewogen,
't ligt alles open voor uw ogen.

2
Gij zijt zo diep vertrouwd met mij:
wie weet mijn wegen zoals Gij?
Gij kent mijn leven woord voor woord,
Gij hebt mij voor ik spreek gehoord.
Ja overal, op al mijn wegen
en altijd weer komt Gij mij tegen.

3
Waar zou ik vluchten voor uw Geest?
Gij sluit mij in, ik ben bevreesd.
Gij legt uw hand op mij, Gij zijt
zo dichtbij met uw majesteit,
zo ver en zo met mij verbonden:
hoe kan ik uw geheim doorgronden?

4
Waar vlucht ik voor uw aangezicht?
Al steeg ik op in 't hemels licht,
al daald' ik tot de doden af,
Gij zult er zijn, zelfs in het graf.
Gij blijft mij, God, in alle dingen,
altijd en overal omringen.

5
Al nam ik voor mijn vlucht te baat
de vleuglen van de dageraad,
al woond' ik aan de verste zee,
uw hand gaat altijd met mij mee.
Waar ik de vleugels uit zou spreiden,
Gij houdt mij vast, Gij blijft mij leiden.

6
Wanneer ik mij geborgen dacht
in 't vallend duister van de nacht,
werd dan de nacht niet als het licht?
Hier lig ik voor uw aangezicht,
o God, hoe licht is zelfs het duister,
de nacht een dag die blinkt van luister.

7
Gij hebt mij immers zelf gemaakt,
mij met uw vingers aangeraakt,
met toegewijde tederheid
mijn nieren en mijn hart bereid,
mij in de moederschoot geweven,
mij met uw wonderen omgeven.

8
Ik loof U die mijn schepper zijt,
die met uw liefde mij geleidt,
Gij hebt mijn oerbegin aanschouwd,
in 't diepst der aarde opgebouwd.
Niets blijft er voor uw oog verborgen.
Ja, Gij omringt mij met uw zorgen.

9
Gij zijt mij overal nabij,
uw ogen waken over mij
van toen ik vormloos ben ontstaan.
Gij wist hoe het zou verder gaan.
Ja, in uw boek stond reeds te lezen,
wat eens mijn levensweg zou wezen.

10
O God, hoe diep verwonderd ga
ik uw volmaakte wijsheid na.
Hoe schoon is alles wat Gij doet.
Hoe kostelijk in overvloed
zijn uw onpeilbare gedachten,
ik overdenk die al mijn nachten.

11
Gedachten ongeëvenaard
hebt Gij, o God, geopenbaard
in al de werken van uw hand -
gedachten talloos als het zand.
Als ik ontwaak, Gij blijft mij leiden,
ik vind U altijd aan mijn zijde.

12
O God, verwerp het boos geslacht,
op leugen en verraad bedacht.
Wijk van mij, die het kwade doet,
uw handen zijn vol vuil en bloed.
Gij die Gods naam durft uit te spreken
en tegen Hem het hoofd opsteken.

13
Zou ik niet haten, die U haat,
de wijsheid van uw weg verlaat
en opstaat tegen U? Hij is
een kind van kwaad en duisternis.
Uw vijanden die U verlaten,
hoe zou ik hen, o Heer, niet haten?

14
Doorgrond, o God, mijn hart; het ligt
toch open voor uw aangezicht.
Toets mij of niet een weg in mij
mij schaadt en leidt aan U voorbij.
O God, houd mij geheel omgeven,
en leid mij op den weg ten leven.