
Matteüs 8:5-13 NBV21
Gezang 051 - Lieve Heer Gij zegt 'kom' en ik kom
OPW 740 - Jij lieve, kleine schat
OPW 599 - Kom tot de Vader
OPW 710 - Vader maak mij tot een zegen
OPW 845 - De Zegen - (the Blessing)
Doop
Meer dan een wonder
Gezang 078 - Laat me in U blijven
E&R151 - Laat m' in U blijven
Gezang 473 - Neem mijn leven laat het Heer
Gezang 334 - Here Jezus, wij zijn nu
Gezang 444 - Grote God, wij loven U
LvK Psalm 139
1 Lieve Heer, Gij zegt 'kom' en ik kom, want mijn leven is onder de macht gesteld van de Heer die mijn dagen en nachten telt en de Heer zegt kom en ik kom.
2 O mijn God, Gij zegt 'ga' en ik ga, Gij zegt ga en ik ga, laat mij niet alleen, wees het woord in mijn vlees en de geest om mij heen, wees de adem waaruit ik ontsta.
3 Want o Heer, ik zeg 'kom' en Gij komt, ik zeg kom en Gij komt en uw bloed wordt wijn en uw lichaam brood voor wie hongerig zijn en uw naam wordt een lied in mijn mond.
1 Ik bid dat God jou zegent, jij lieve, kleine schat en dat Hij jou zal geven de wensen van je hart.
2 Ik bid dat God jou zegent, jij lieve, kleine schat en dat het ver zal rijken tot in jouw nageslacht.
Brug Want Hij is de Almachtige, de Schepper van't heelal. Hij maakte alles prachtig en jou bovenal.
Brug Want Hij is de Almachtige, de Schepper van't heelal. Hij maakte alles prachtig en jou bovenal.
3 Ik bid dat God jou zegent, dat door jouw leven heen, je steeds weer zult ervaren: 'God laat me niet alleen'.
1 Nog voordat je bestond, kende Hij je naam. Hij zag je elk moment en telde elke traan. Omdat Hij van je hield, gaf Hij zijn eigen Zoon. Hij wacht alleen nog maar totdat je komt.
2 En wat je nu ook doet, zijn liefde blijft bestaan. Ook niets wat jij ooit deed, verandert daar iets aan. Omdat Hij van je houdt, gaf Hij zijn eigen Zoon. En nu is alles klaar wanneer jij komt.
refrein Kom tot de Vader, kom zoals je bent. Heel je hart, al je pijn is bij Hem bekend. De liefde die Hij geeft, de woorden die Hij spreekt. Daarmee is alles klaar, wanneer jij komt.
2 En wat je nu ook doet, zijn liefde blijft bestaan. Ook niets wat jij ooit deed, verandert daar iets aan. Omdat Hij van je houdt, gaf Hij zijn eigen Zoon. En nu is alles klaar wanneer jij komt.
refrein Kom tot de Vader, kom zoals je bent. Heel je hart, al je pijn is bij Hem bekend. De liefde die Hij geeft, de woorden die Hij spreekt. Daarmee is alles klaar, wanneer jij komt.
refrein Kom tot de Vader, kom zoals je bent. Heel je hart, al je pijn is bij Hem bekend. De liefde die Hij geeft, de woorden die Hij spreekt. Daarmee is alles klaar, wanneer jij komt.
1 Zegen mij op de weg die ik moet gaan. Zegen mij op de plek waar ik zal staan. Zegen mij in alles, wat U van mij verlangt. O God, zegen mij alle dagen lang!
refrein1 Vader, maak mij tot een zegen; ga mij niet voorbij. Regen op mij met uw Geest, Heer, Jezus, kom tot mij als de Bron van leven, die ontspringt, diep in mij. Breng een stroom van zegen, waarin U zelf steeds mooier wordt voor mij.
2 Zegen ons waar we in geloof voor leven. Zegen ons waar we hoop en liefde geven. Zegen om de ander tot zegen te zijn. O God, zegen ons tot in eeuwigheid!
refrein2 Vader, maak ons tot een zegen; hier in de woestijn. Wachtend op Uw milde regen, om zelf een bron te zijn. Met een hart vol vrede zijn wij zegenend nabij. Van Uw liefde delend waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.
refrein3 Vader, maak ons tot een zegen; hier in de woestijn. Wachtend op uw milde regen, om zelf een bron te zijn. Met een hart vol vrede, zijn wij zegenend nabij. Van uw liefde delend, waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.
refrein4 met een hart vol vrede zijn wij zegenend nabij. van Uw liefde delend waarin wij zelf tot bron van zegen zijn.
refrein Amen. Amen. Amen. Amen. Amen. Amen.
refrein Amen. Amen. Amen. Amen. Amen. Amen.
refrein Amen. Amen. Amen. Amen. Amen. Amen.
Brug1 Mag zijn goedheid jou omgeven, tot in duizend generaties; ook je zonen en je dochters en hun zonen en hun dochters.
Brug2 De Heer zelf zal voor je uitgaan. Hij omgeeft je, Hij omringt je. Om je heen en binnen in je: Hij is bij je. Hij is bij je.
Brug3 In de morgen, in de avond, als je weggaat, als je thuiskomt, in je tranen, in je vreugde: Hij is bij je. Hij is bij je.
Brug4 Hij is bij je, Hij is bij je. Hij is bij je, Hij is bij je. Hij is bij je. Hij is bij je. Hij is bij je. Hij is bij je.
refrein Amen. Amen. Amen. Amen. Amen. Amen.
Brug1 Mag zijn goedheid jou omgeven, tot in duizend generaties; ook je zonen en je dochters en hun zonen en hun dochters.
Brug2 De Heer zelf zal voor je uitgaan. Hij omgeeft je, Hij omringt je. Om je heen en binnen in je: Hij is bij je. Hij is bij je.
Brug3 In de morgen, in de avond, als je weggaat, als je thuiskomt, in je tranen, in je vreugde: Hij is bij je. Hij is bij je.
Brug4 Hij is bij je, Hij is bij je. Hij is bij je, Hij is bij je. Hij is bij je. Hij is bij je. Hij is bij je. Hij is bij je.
refrein Amen. Amen. Amen. Amen. Amen. Amen.
refrein Amen. Amen. Amen. Amen. Amen. Amen.
refrein Amen. Amen. Amen. Amen. Amen. Amen.
refrein Amen. Amen. Amen. Amen. Amen. Amen.
1 In het water van de doop, zien wij hoe God zelf belooft, dat zijn Naam voorgoed aan ons verbonden is. Water dat getuigt en spreekt, van de hoop die in ons leeft, dat Gods liefde voor ons niet veranderd is.
2 Eén met Christus in zijn dood, gaan wij onder in de doop, overtuigd dat er bij Hem vergeving is. Eén met Christus, ingelijfd, staan wij op van schuld bevrijd, in een leven dat voorgoed veranderd is.
refrein1 Met de Heer begraven en weer opgestaan, om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan. Uit het water van de doop, putten wij geloof en hoop, dat Gods trouw en liefde blijvend is. Dat Gods trouw en liefde blijvend is.
3 In zijn lichaam ingelijfd: Christus’ kerk die wereldwijd, is geroepen om een beeld van Hem te zijn. Mensen overal vandaan, die de weg van Christus gaan, om vernieuwd voor Hem te leven, vrij te zijn.
refrein1 Met de Heer begraven en weer opgestaan, om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan. Uit het water van de doop, putten wij geloof en hoop, dat Gods trouw en liefde blijvend is. Dat Gods trouw en liefde blijvend is.
Brug1 Reinig ons, vernieuw ons leven Heer. Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.
Brug2 Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer. Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.
Brug1 Reinig ons, vernieuw ons leven Heer. Reinig ons, vernieuw ons leven Heer.
Brug2 Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer. Heilig ons, en vernieuw ons leven Heer.
refrein2 Met de Heer begraven en weer opgestaan, om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan. Uit het water van de doop, putten wij geloof en hoop, dat Gods trouw en liefde blijvend is.
1 Nooit gedacht dat je zo mooi zou zijn Nooit gedacht, zo perfect en klein Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk Je bent meer dan een wonder
2 Door Hem bedacht. Door Hem gemaakt Door Hem geliefd en aangeraakt Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk Je bent meer dan een wonder
Brug1 Dicht tegen me aan: je voelt zo warm en zacht Vol verwachting hebben wij op jou gewacht En nu jij er bent...
3 Je kijkt me aan, ik zie een hemelkind, Ik kijk jou aan, de hemel geeft ons licht Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk
Brug2 Je eerste woord zal alles zijn: papa, mama, blijf bij mij Je hebt een plek, je hoort erbij Hier zul je veilig zijn
O Zo overweldigend, zo onbeschrijfelijk Je bent... meer dan een wonder!
1 Laat m' in U blijven, groeien, bloeien, o Heiland die de wijnstok zijt! Uw kracht moet in mij overvloeien, of 'k ben een wis verderf gewijd. Doorstroom, beziel en zegen mij, opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!
2 Ik kan mijzelf geen wasdom geven: niets kan ik zonder U, o Heer! In uw gemeenschap kiemt er leven en levensvolheid meer en meer! Uw Geest moet in mij uitgestort: de rank die U ontvalt, verdort.
3 Neen, Heer, ik wil van U niet scheiden, 'k blijf de Uw' altijd, blijf Gij de mijn'! Uw liefde moet alom mij leiden, uw leven moet mijn leven zijn, uw licht moet schijnen in mijn huis bij kruis naar kracht en kracht vaar kruis.
4 Dan blijft mijn ziel voor U gewonnen, dan wint mijn ziel door U in kracht! Het werk in needrigheid begonnen, wordt dan in heerlijkheid volbracht! Wat in de windslen sliep, ontbot, en komt in 't licht en rijpt voor God.
1 Laat m’ in u blijven groeien bloeien, o Heiland, die de wijnstok zijt! Uw kracht moet in mij overvloeien, of ‘k ben een wis verderf gewijd. Doorstroom, beziel en zegen mij, opdat ik waarlijk vruchtbaar zij!
2 Ik kan mijzelf geen wasdom geven: niets kan ik zonder U, o Heer! In uw gemeenschap kiemt er leven en levensvolheid meer en meer! Uw Geest moet in mij uitgestort: de rank die U ontvalt, verdort.
3 Neen, Heer, ik wil van U niet scheiden, 'k blijf d' Uw' altijd, blijf Gij de mijn'! Uw liefde moet alom mij leiden, uw leven moet mijn leven zijn, uw licht moet schijnen in mijn huis bij kruis naar kracht en kracht naar kruis.
4 Dan blijft mijn ziel voor U gewonnen, dan wint mijn ziel door U in kracht! Het werk in needrigheid begonnen, wordt dan in heerlijkheid volbracht! Wat in de windslen sliep, ontbot, en komt in 't licht en rijpt voor God.
1 Neem mijn leven, laat het, Heer, toegewijd zijn aan uw eer. Maak mijn uren en mijn tijd tot uw lof en dienst bereid.
2 Neem mijn handen, maak ze sterk, trouw en vaardig tot uw werk. Maak dat ik mijn voeten zet op de wegen van uw wet.
3 Neem mijn stem, opdat mijn lied U, mijn Koning, hulde biedt. Maak, o Heer, mijn lippen rein, dat zij uw getuigen zijn.
4 Neem mijn zilver en mijn goud, dat ik niets aan U onthoud. Maak mijn kracht en mijn verstand tot een werktuig in uw hand.
5 Neem mijn wil en maak hem vrij, dat hij U geheiligd zij. Maak mijn hart tot uwe troon, dat uw Heilge Geest er woon'.
6 Neem mijn zonden en mijn schuld in 't beleid van uw geduld. Maak dat ik, opstandig kind, steeds de weg tot U hervind.
7 Neem, o Trooster, mijn verdriet, Gij veracht mijn tranen niet. Maak dat ook in mij uw kracht steeds in zwakheid wordt volbracht.
8 Neem en weeg mijn staat en stand in de weegschaal van uw hand. Maak dat ik in deemoed leer knecht te zijn, als Gij, o Heer.
9 Neem en zegen alle vreugd, al 't geluk dat mij verheugt. Maak dat ik mij nimmer schaam mens te wezen in uw naam.
10 Neem ook mijne liefde, Heer, 'k leg voor U haar schatten neer. Neem mijzelf en voor altijd ben ik aan U toegewijd.
1 Here Jezus, wij zijn nu in het heiligdom verschenen, met ons kind gaan wij tot U wil uw zegen ons verlenen waar de roepstem wordt vernomen: laat de kindren tot Mij komen.
2 Laat dit woord dan allermeest helder klinken in onz' oren: wie door water en door Geest niet als kind werd nieuwgeboren wordt door U niet aangenomen, kan in 't rijk van God niet komen.
3 Niemand, die ons helpen kan, niemand kan ons kind beschermen. Wie zijn wij? Neem Gij het dan, draag het in uw groot erbarmen. Dat het vroeg U in dit leven ja voorgoed zijn hart mag geven.
4 Herder, neem uw schaapje aan. Hoofd, maak het een van uw leden. Wees zijn weg, wijs het zijn baan. Vredevorst, wees Gij zijn vrede. Wijnstok, laat dit rankje bloeien, dat er eens veel vruchten groeien.
5 Al het onz' is U gewijd, 't liefste wat Ge ons toevertrouwde wordt als offer U bereid. Gij alleen kunt het behouden. Schrijf de naam door ons gegeven in het levensboek ten leven.
1 Grote God, wij loven U, Heer, o sterkste aller sterken! Heel de wereld buigt voor U en bewondert Uwe werken. Die Gij waart te allen tijd, blijft Gij ook in eeuwigheid.
2 Alles wat U prijzen kan, U, de Eeuwge, Ongeziene, looft uw liefd' en zingt ervan. Alle englen, die U dienen, roepen U nooit lovensmoe: Heilig, heilig, heilig toe!
3 Heer, ontferm U over ons, open uwe Vaderarmen, stort uw zegen over ons, neem ons op in uw erbarmen. Eeuwig blijft uw trouw bestaan laat ons niet verloren gaan.
1 Heer, die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken, kent Gij mij, Gij weet waar ik ga, Gij volgt mij waar ik zit of sta. Wat mij ten diepste houdt bewogen, 't ligt alles open voor uw ogen.
2 Gij zijt zo diep vertrouwd met mij: wie weet mijn wegen zoals Gij? Gij kent mijn leven woord voor woord, Gij hebt mij voor ik spreek gehoord. Ja overal, op al mijn wegen en altijd weer komt Gij mij tegen.
3 Waar zou ik vluchten voor uw Geest? Gij sluit mij in, ik ben bevreesd. Gij legt uw hand op mij, Gij zijt zo dichtbij met uw majesteit, zo ver en zo met mij verbonden: hoe kan ik uw geheim doorgronden?
4 Waar vlucht ik voor uw aangezicht? Al steeg ik op in 't hemels licht, al daald' ik tot de doden af, Gij zult er zijn, zelfs in het graf. Gij blijft mij, God, in alle dingen, altijd en overal omringen.
5 Al nam ik voor mijn vlucht te baat de vleuglen van de dageraad, al woond' ik aan de verste zee, uw hand gaat altijd met mij mee. Waar ik de vleugels uit zou spreiden, Gij houdt mij vast, Gij blijft mij leiden.
6 Wanneer ik mij geborgen dacht in 't vallend duister van de nacht, werd dan de nacht niet als het licht? Hier lig ik voor uw aangezicht, o God, hoe licht is zelfs het duister, de nacht een dag die blinkt van luister.
7 Gij hebt mij immers zelf gemaakt, mij met uw vingers aangeraakt, met toegewijde tederheid mijn nieren en mijn hart bereid, mij in de moederschoot geweven, mij met uw wonderen omgeven.
8 Ik loof U die mijn schepper zijt, die met uw liefde mij geleidt, Gij hebt mijn oerbegin aanschouwd, in 't diepst der aarde opgebouwd. Niets blijft er voor uw oog verborgen. Ja, Gij omringt mij met uw zorgen.
9 Gij zijt mij overal nabij, uw ogen waken over mij van toen ik vormloos ben ontstaan. Gij wist hoe het zou verder gaan. Ja, in uw boek stond reeds te lezen, wat eens mijn levensweg zou wezen.
10 O God, hoe diep verwonderd ga ik uw volmaakte wijsheid na. Hoe schoon is alles wat Gij doet. Hoe kostelijk in overvloed zijn uw onpeilbare gedachten, ik overdenk die al mijn nachten.
11 Gedachten ongeëvenaard hebt Gij, o God, geopenbaard in al de werken van uw hand - gedachten talloos als het zand. Als ik ontwaak, Gij blijft mij leiden, ik vind U altijd aan mijn zijde.
12 O God, verwerp het boos geslacht, op leugen en verraad bedacht. Wijk van mij, die het kwade doet, uw handen zijn vol vuil en bloed. Gij die Gods naam durft uit te spreken en tegen Hem het hoofd opsteken.
13 Zou ik niet haten, die U haat, de wijsheid van uw weg verlaat en opstaat tegen U? Hij is een kind van kwaad en duisternis. Uw vijanden die U verlaten, hoe zou ik hen, o Heer, niet haten?
14 Doorgrond, o God, mijn hart; het ligt toch open voor uw aangezicht. Toets mij of niet een weg in mij mij schaadt en leidt aan U voorbij. O God, houd mij geheel omgeven, en leid mij op den weg ten leven.