
DNP100 (vs 1, 3)
OPW 840 - Heer, ik wacht op U
OPW 599 - Kom tot de Vader
OPWK018 - Ben je groot of ben je klein
Matteüs 8:1-13 NBV21
Gezang 170 (vs 1, 2, 6)
Zegenwens
Gezang 444 - Grote God, wij loven U
1 Juich, heel de aarde, voor de HEER. Dien Hem met vreugde, geef Hem eer. Zing opgewekt met hart en stem. Kom met een vrolijk lied bij Hem.
3 Trek jubelend zijn poorten door, zijn voorhof in en zing in koor. De HEER is goed en Hij verbindt zijn naam aan ons van kind op kind.
1 Vanuit de diepte roep ik U vanuit het donker, telkens weer. Hoor mijn gebed en luister nu. Ik smeek U om genade, Heer.
2 Als U mijn schuld voor ogen hield, hoe kon ik dan ooit voor U staan? Maar U geeft wat geen mens verdient en reikt mij uw vergeving aan.
refrein Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, vol vertrouwen op uw Woord. Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, tot mijn ziel verzadigd wordt.
3 Dus hoop op God, op Hem alleen. Houd moed, Hij redt je telkens weer: volkomen en voorgoed verzoend door Christus, de verrezen Heer!
refrein Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, vol vertrouwen op uw Woord. Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, tot mijn ziel verzadigd wordt.
4 De weg naar redding is gebaand en God heeft zelf de prijs betaald. Zijn offer brengt genezing aan wie nu vertrouwen op Zijn naam. Zijn offer brengt genezing aan wie nu vertrouwen op Zijn naam.
refrein2 Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, dwars door storm en duisternis. Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, naar de God die liefde is!
refrein2 Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, dwars door storm en duisternis. Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, naar de God die liefde is!
refrein2 Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, dwars door storm en duisternis. Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, naar de God die liefde is!
refrein Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, vol vertrouwen op uw Woord. Heer, ik wacht op U. Ik zie uit naar U, tot mijn ziel verzadigd wordt.
1 Nog voordat je bestond, kende Hij je naam. Hij zag je elk moment en telde elke traan. Omdat Hij van je hield, gaf Hij zijn eigen Zoon. Hij wacht alleen nog maar totdat je komt.
2 En wat je nu ook doet, zijn liefde blijft bestaan. Ook niets wat jij ooit deed, verandert daar iets aan. Omdat Hij van je houdt, gaf Hij zijn eigen Zoon. En nu is alles klaar wanneer jij komt.
refrein Kom tot de Vader, kom zoals je bent. Heel je hart, al je pijn is bij Hem bekend. De liefde die Hij geeft, de woorden die Hij spreekt. Daarmee is alles klaar, wanneer jij komt.
2 En wat je nu ook doet, zijn liefde blijft bestaan. Ook niets wat jij ooit deed, verandert daar iets aan. Omdat Hij van je houdt, gaf Hij zijn eigen Zoon. En nu is alles klaar wanneer jij komt.
refrein Kom tot de Vader, kom zoals je bent. Heel je hart, al je pijn is bij Hem bekend. De liefde die Hij geeft, de woorden die Hij spreekt. Daarmee is alles klaar, wanneer jij komt.
refrein Kom tot de Vader, kom zoals je bent. Heel je hart, al je pijn is bij Hem bekend. De liefde die Hij geeft, de woorden die Hij spreekt. Daarmee is alles klaar, wanneer jij komt.
O De liefde die Hij geeft, de woorden die Hij spreekt. Hij wacht alleen nog maar totdat je komt.
Ben je groot of ben je klein of ergens tussenin; God houdt van jou! Ben je dik of ben je dun of ben je blank of bruin; God houdt van jou! Hij kent je als je blij bent; Hij kent je als je baalt. Hij kent je als je droevig bent; Hij kent je als je straalt. Het geeft niet of je knap bent; het geeft niet wat je doet: God houdt van jou. Hij is vol liefde. God houdt van jou!
Ben je groot of ben je klein of ergens tussenin; God houdt van jou! Ben je dik of ben je dun of ben je blank of bruin; God houdt van jou! Hij kent je als je blij bent; Hij kent je als je baalt. Hij kent je als je droevig bent; Hij kent je als je straalt. Het geeft niet of je knap bent; het geeft niet wat je doet: God houdt van jou. Hij is vol liefde. God houdt van jou!
1 Meester, men zoekt U wijd en zijd, komend langs velerlei wegen. Oudren gaan rustig welbereid jongeren aarzlend U tegen. Maar vroeg of laat, 't zij dag of nacht, eens vindt Ge ons moe en zonder kracht, hunkerend naar uwe zegen.
2 Arts aller zielen, 't is genoeg, als Gij ons neemt in uw hoede. Heel toch de wond, die 't leven sloeg, laat ons niet hooploos verbloeden. Spreek slechts een woord, een woord met macht, dan krijgt ons leven nieuwe kracht. Spreek, dan keert alles ten goede.
6 Koning, verheugd geloven wij wat uw getuigen verkonden: slechts onder uwe heerschappij heeft ons hart vrede gevonden. Daarom zoekt U elk mensenkind; zoek, Herder, mij, opdat ik vind; anders zo ga ik te gronde.
1 Ik zegen je oogjes met kleuren en licht Dan blijven ze steeds op het wonder gericht Ik zegen je mondje zodat het vaak lacht En woorden zal spreken waar iemand op wacht
refrein Kind van God gekregen Ik geef jou Zijn zegen Kind van God gekregen Ik geef jou Zijn zegen
2 Ik zegen je oortjes voor iedere taal Zodat je leert luisteren naar ieders verhaal Ik zegen je handjes - nog teder en klein Zodat ze vol liefde en kracht mogen zijn
refrein Kind van God gekregen Ik geef jou Zijn zegen Kind van God gekregen Ik geef jou Zijn zegen
3 Ik zegen je voetjes om vrijuit te gaan En sterk als een mens in het leven te staan Ik zegen jouzelf in de naam van de Heer Zodat Hij je dragen zal elke dag weer
refrein Kind van God gekregen Ik geef jou Zijn zegen Kind van God gekregen Ik geef jou Zijn zegen
refrein Kind van God gekregen Ik geef jou Zijn zegen Kind van God gekregen Ik geef jou Zijn zegen
O Ik geef jou Zijn zegen
1 Grote God, wij loven U, Heer, o sterkste aller sterken! Heel de wereld buigt voor U en bewondert Uwe werken. Die Gij waart te allen tijd, blijft Gij ook in eeuwigheid.
2 Alles wat U prijzen kan, U, de Eeuwge, Ongeziene, looft uw liefd' en zingt ervan. Alle englen, die U dienen, roepen U nooit lovensmoe: Heilig, heilig, heilig toe!
3 Heer, ontferm U over ons, open uwe Vaderarmen, stort uw zegen over ons, neem ons op in uw erbarmen. Eeuwig blijft uw trouw bestaan laat ons niet verloren gaan.