Allerhoogste Heer die alles draagt
Blijf bij ons
Breng ons in evenwicht
Dan bent U met ons
De schepping laat zien wie U bent
De schepping zucht
De zevende dag
Een nieuwe dag begint
Elke dag Uw zegen mee
Eten uit Uw hand
God van de aarde
Halleluja
Heer, wat ziet U
Het ritme
Kom, Schepper Geest
Laat ons kijken naar de aarde
Maak ons een zegen voor Uw schepping
Miljoenen stemmen
Mosterdzaadje
Ontvang de zegen
Schepper God (Kyrie)
U zag dat alles goed was
Uw levenswerk
Voor een nieuwe dag
Wanneer Uw regen valt
Wat een Kunstenaar
Wat hebben we gedaan
refrein Allerhoogste Heer die alles draagt, heel de wereld straalt van uw zegen. De schepping zingt uw diepste naam. Heer van licht en liefde wees geprezen.
1 Door de zon, de grote broer, kijk hem eens stralen, net als u verlicht en koestert hij de aarde. Door de maan, de zus van licht, met alle sterren, duizend lampjes in de eindeloze verte. Door de wind, de broer die altijd wil bewegen. Hij mag waaien waar hij wil en brengt ons leven.
voor-refrein Al-le-lu-ia
refrein Allerhoogste Heer die alles draagt, heel de wereld straalt van uw zegen. De schepping zingt uw diepste naam. Heer van licht en liefde wees geprezen.
2 Door het water onze zus zo fris en helder. Zij brengt leven en stroomt nederig weer verder. Door het vuur die broer, zo mooi met al zijn vonken. Kijk zijn vlammen dansen vrolijk in het donker. Door de aarde onze zus met al haar bloemen. As een moeder blijft ze dragen, blijft ze voeden.
voor-refrein Al-le-lu-ia
refrein Allerhoogste Heer die alles draagt, heel de wereld straalt van uw zegen. De schepping zingt uw diepste naam. Heer van licht en liefde wees geprezen.
3 Door uw kinderen die anderen vergeven Dank zij hen is er weer ruimte om te leven Door de mensen die het lijden met u delen Uit uw hand ontvangen zij een kroon van vrede Door de dood, de zus die komt om ons te halen. dag van vrede voor wie leeft van uw genade, Dank u dat wij in dit loflied mogen leven, en dat wij u mogen dienen hier beneden,
voor-refrein Al-le-lu-ia
refrein Allerhoogste Heer die alles draagt, heel de wereld straalt van uw zegen. De schepping zingt uw diepste naam. Heer van licht en liefde wees geprezen.
O Heer van licht en liefde wees geprezen.
1 Proef de vruchten van de bomen nu de grond nog leven geeft, voordat ze zijn verdwenen. We vergiftigen de bodem tot er straks geen plant meer leeft. Wie kan ons dan nog helpen?
refrein Blijf bij ons want de avond valt. Blijf bij ons, blijf bij ons. Blijf bij ons want de avond valt, o Heer. Blijf bij ons want de avond valt, o Heer.
2 Noem de dieren bij hun namen en geniet van hoe ze zijn, voordat ze zijn verdwenen. Want ze vinden nergens water en het land wordt een woestijn. Wie kan ons dan nog helpen?
refrein Blijf bij ons want de avond valt. Blijf bij ons, blijf bij ons. Blijf bij ons want de avond valt, o Heer. Blijf bij ons want de avond valt, o Heer.
3 Heer, wij willen bij U komen en we vragen om uw kracht. Kunt U ons nu nog helpen? Help ons hopen, leer ons dromen van het land dat U bedacht. Kunt U ons nu nog helpen?
refrein Blijf bij ons want de avond valt. Blijf bij ons, blijf bij ons. Blijf bij ons want de avond valt, o Heer. Blijf bij ons want de avond valt, o Heer.
1 Heer, U bracht de aarde in balans, ieder schepsel heeft een aandeel in die dans. De planeten draaien in uw plannen mee. Elke korrel zand is deel van uw idee.
2 Deel van uw idee is ook de mens en U deelt met ons uw grote scheppingswens: laat de aarde bloeien, geef haar rust en lucht. Wat je nodig hebt, geeft zij je weer terug.
refrein Breng ons in evenwicht met alles wat U maakte. Als we vallen, geef ons weer een kans. Breng ons in evenwicht. Leer ons dansen met de aarde. Pak ons bij de hand en breng ons in balans.
3 Heer, wij nemen meer dan U ons geeft en de aarde wordt een plek waar niets meer leeft. Zoveel schoonheid is verdwenen voor altijd. Alle samenhang die U bedacht raakt kwijt.
refrein Breng ons in evenwicht met alles wat U maakte. Als we vallen, geef ons weer een kans. Breng ons in evenwicht. Leer ons dansen met de aarde. Pak ons bij de hand en breng ons in balans.
Brug Het lijden groeit, de wanhoop wint terrein. Christus, houd ons vast. Laat in ons uw liefde sterker zijn. Christus, houd ons vast, Christus, houd ons vast.
refrein Breng ons in evenwicht met alles wat U maakte. Als we vallen, geef ons weer een kans. Breng ons in evenwicht. Leer ons dansen met de aarde. Pak ons bij de hand en breng ons in balans.
1 Hoelang al ruikt U het branden van de bossen? Hoelang al voelt U het vuur? Hoelang al ziet U de oogsten mislukken? Hoelang al vraagt U aan ons hoelang het nog duurt?
2 Hoelang al ziet U de opgedroogde meren? Hoelang al lijdt de natuur? Hoelang al heeft U de dieren zien sterven? Hoelang al vraagt U aan ons hoelang het nog duurt?
voor-refrein Kom, Jezus, kom. U lijkt ver bij ons vandaan, maar het is juist andersom, Heer, U bent nooit weggegaan.
refrein Want U woont waar niemand meer kan leven. U bent thuis op plaatsen zonder hoop, waar de aarde niets meer heeft te geven, waar de zee de dorpen binnenstroomt. U bent vrienden met de allerarmsten, U zit naast hen in de hete zon. En zijn wij met hen, dan bent U met ons.
3 Hoelang nog hebben uw kinderen geen eten? Hoelang nog roept U om recht? Hoelang nog vraagt U of wij U vergeten? Hoelang nog voordat wij doen wat U heeft gezegd?
voor-refrein Kom, Jezus, kom. U lijkt ver bij ons vandaan, maar het is juist andersom, Heer, U bent nooit weggegaan.
refrein Want U woont waar niemand meer kan leven. U bent thuis op plaatsen zonder hoop, waar de aarde niets meer heeft te geven, waar de zee de dorpen binnenstroomt. U bent vrienden met de allerarmsten, U zit naast hen in de hete zon. En zijn wij met hen, dan bent U met ons.
1 De hemel krijgt zijn hoge boog, de aarde vindt haar fundament. De verre sterren laaien op. De schepping laat zien wie U bent. De regen valt, de zee wordt vol, geen mens die ooit haar rijkdom kent. Van donker diep tot licht en hoog, de schepping laat zien wie U bent.
refrein Halleluja, halleluja, U bent de levensbron! Halleluja, halleluja, U bent de God die alles begon. U bent de God die alles begon.
2 De wind is vrij en speelt zijn spel, waarheen hij waait blijft onbekend. De hoge wolken kolken mee. De schepping laat zien wie U bent. De donder rolt, de bliksem knalt, een vurig schouwspel dat nooit went. Geen mens weet waar de klap straks valt. De schepping laat zien wie U bent.
refrein Halleluja, halleluja, U bent de levensbron! Halleluja, halleluja, U bent de God die alles begon. U bent de God die alles begon.
3 Uw werk is in een storm beland doordat de mens zijn grens niet kent. De aarde treurt door wat wij doen. De schepping laat zien wie U bent. En zo worden wij langzaam stil, wij hebben uw verdriet herkend. En dan ontkiemt een nieuw begin. De schepping laat zien wie U bent.
refrein Halleluja, halleluja, U bent de levensbron! Halleluja, halleluja, U bent de God die alles begon. U bent de God die alles begon.
1 De schepping zucht. Wanneer komt het lijden van de aarde tot een eind? De schepping zucht. Wanneer gaat ze merken dat Gods kinderen er zijn? De schepping zucht. Wanneer gaan de mensen zien wat de natuur verdroeg? De schepping zucht. Wanneer is de mens gelukkig met genoeg?
refrein Heer, geef uw Geest, maak ons hart bereid voor een nieuwe tijd. Heer, geef uw Geest, laat ons zichtbaar zijn waar de aarde lijdt.
2 De schepping zucht. Vol verlangen houdt zij vol: er komt een nieuwe tijd. De schepping zucht. De weeën geven nieuwe hoop: Gods rijk is heel dichtbij. De schepping zucht. Tot de dorre grond weer water krijgt en bloeien gaat. De schepping zucht. Jezus, kom terug! Wij hopen op uw naam.
refrein Heer, geef uw Geest, maak ons hart bereid voor een nieuwe tijd. Heer, geef uw Geest, laat ons zichtbaar zijn waar de aarde lijdt.
refrein2 Heer, geef uw Geest, maak ons hart bereid voor een nieuwe tijd. Heer, geef uw Geest, laat ons zichtbaar zijn waar de aarde lijdt. laat ons zichtbaar zijn waar de aarde lijdt.
Brug Laat ons zichtbaar zijn, als een helder licht. Zichtbaar zijn, als het zout van de aarde. Zichtbaar zijn, als een stad op een berg. Zichtbaar zijn, kinderen van de Vader.
Brug Laat ons zichtbaar zijn, als een helder licht. Zichtbaar zijn, als het zout van de aarde. Zichtbaar zijn, als een stad op een berg. Zichtbaar zijn, kinderen van de Vader.
refrein Heer, geef uw Geest, maak ons hart bereid voor een nieuwe tijd. Heer, geef uw Geest, laat ons zichtbaar zijn waar de aarde lijdt.
einde Heer, geef uw Geest!
1 Heer, de dag vliegt voorbij en we hebben geen tijd en we slapen te kort en te laat. En we rennen maar door, maar waar werken we voor? We vergeten wat U hebt gevraagd.
refrein Maar de zevende dag is van U. We geven de week die ons wacht weer aan U. Om te leven, te dromen, te zien wat U voor ons bedacht, geeft U ons de zevende dag.
2 Elke lente vervliegt en de zomer is kort en de herfst en de winter staan klaar. Ieder jaar vliegt voorbij en we nemen geen tijd om te doen wat U ons hebt gevraagd.
refrein2 Maar U droomt van het zevende jaar. Dan geven we alles terug aan elkaar. En we rusten, we vieren, genieten van alles wat leeft. Dan zien we wat U aan ons geeft.
Brug Zeven en zeven: U gunt ons uw leven en als het verkeerd gaat, begint U opnieuw. Zeven keer zeven: U wilt ons vergeven en als wij U volgen, maakt U alles nieuw.
refrein3 De zevende dag is van U. We geven de week die ons wacht weer aan U. Om te leven, te dromen, te zien wat U voor ons bedacht, geeft U ons de zeven.. De zevende dag is van U. We geven de week die ons wacht weer aan U. Om te leven, te dromen, te zien wat U voor ons bedacht, geeft U ons de zevende dag.
1 De aarde draait, de zon komt op. Een nieuwe dag begint. De hemel kleurt, een vogel zingt. Een nieuwe dag begint. Heer, U geeft uw zegen, U geeft ons nieuwe kracht om te leven voor uw wereld, deze dag.
refrein God van leven, U bent bij ons! Heel de aarde is uw heiligdom. Het werk dat U begonnen bent, laat U nooit meer los. Heer, hier zijn wij, werk in ons.
2 De regen valt, het water stroomt. Een nieuwe dag begint. De bloesem bloeit, het leven wint. Een nieuwe dag begint. Heer, U geeft uw zegen, U geeft ons nieuwe kracht om te leven voor uw wereld, deze dag.
refrein God van leven, U bent bij ons! Heel de aarde is uw heiligdom. Het werk dat U begonnen bent, laat U nooit meer los. Heer, hier zijn wij, werk in ons.
Brug Onze handen zijn geopend, vul ze met uw zegen, uw zegen voor de wereld, en alles komt tot leven.
Brug Onze handen zijn geopend, vul ze met uw zegen, uw zegen voor de wereld, en alles komt tot leven.
refrein God van leven, U bent bij ons! Heel de aarde is uw heiligdom. Het werk dat U begonnen bent, laat U nooit meer los. Heer, hier zijn wij, werk in ons.
1 U bent de God van het kansen geven, daar zijn wij voorbeelden van. Wij mogen door waar U bent gebleven, door met uw scheppingsplan.
2 U bent de God van het werk verdelen, wij zijn voor U aan de slag. U geeft ons werk in de tuin van heden, arbeid voor elke dag.
refrein En we zaaien nu de toekomst, we werken vol verwachting met U mee. En we zingen dat het goed komt, U geeft ons elke dag uw zegen mee. U geeft ons elke dag uw zegen mee.
3 Wij komen U in de schepping tegen, U zit in alles verstopt. Niets is te groot of te klein gebleken, U bent in alles God.
refrein En we zaaien nu de toekomst, we werken vol verwachting met U mee. En we zingen dat het goed komt, U geeft ons elke dag uw zegen mee. U geeft ons elke dag uw zegen mee.
Brug1 Het scheppen gaat door, samen met U. De toekomst breekt aan, samen met U. Voor ieder genoeg, samen met U. Waar je ook woont, samen met U.
Brug2 De aarde weer groen, samen met U. De zeeën weer schoon, samen met U. Het leven is mooi, samen met U. En sterk als een boom, samen met U. Halleluja, samen met U! Halleluja, samen met U! Samen met U, samen met U!
refrein En we zaaien nu de toekomst, we werken vol verwachting met U mee. En we zingen dat het goed komt, U geeft ons elke dag uw zegen mee. U geeft ons elke dag uw zegen mee.
refrein En we zaaien nu de toekomst, we werken vol verwachting met U mee. En we zingen dat het goed komt, U geeft ons elke dag uw zegen mee. U geeft ons elke dag uw zegen mee.
1 Maker, U geeft leven, leven aan de aarde. Aarde, vang de regen, regen, drenk de akkers. Akkers, steun de schimmels, schimmels, help de wortels.
refrein Heer, U bent de zegen voor het land. Goede God, wij eten uit uw hand.
2 Wortels, sterk de planten, planten, maak je bladgroen. Bladgroen, zoek het zonlicht, zonlicht, laat ons eten. Eten, word weer voeding, voeding voor de bodem.
refrein Heer, U bent de zegen voor het land. Goede God, wij eten uit uw hand.
3 Bodem, deel je vruchten, vruchten, voed de mensen. Mensen, geef de ruimte, ruimte aan de dieren. Dieren, vier het leven, leven, prijs je Maker.
refrein Heer, U bent de zegen voor het land. Goede God, wij eten uit uw hand.
1 God van de aarde, heilige grond waarop wij staan. Uw bodem draagt ons, niemand is ver bij U vandaan. God van het water, hemelse regen die U geeft. U blaast uw adem en heel de schepping drinkt en leeft.
voor-refrein De aarde zingt: ‘U bent om ons heen.’ We zingen het lied met haar mee:
refrein U bent bij ons, God die in de schepping leeft. U bent altijd bij ons, God die ons omgeeft.
2 God van de hemel, heilige ruimte om ons heen. Schoonheid omgeeft ons, U laat uw schepping niet alleen. God van de warmte, hemelse gloed die in ons leeft. Zonlicht omarmt ons, U vuurt ons aan, U geeft uw Geest.
voor-refrein De aarde zingt: ‘U bent om ons heen.’ We zingen het lied met haar mee:
refrein U bent bij ons, God die in de schepping leeft. U bent altijd bij ons, God die ons omgeeft.
refrein U bent bij ons, God die in de schepping leeft. U bent altijd bij ons, God die ons omgeeft.
O God van de aarde
1 Kom en wees stil. Denk terug aan hoe alles ontstond. Alles was donker en leeg tot U sprak. Het begon. Licht in het donker. De sterren, de maan en de zon. Aarde en water en wolken en lucht. Het begon.
refrein Halleluja. Glorie aan U. Halleluja. Halleluja. Glorie aan U. Halleluja.
2 Paardenbloem, boterbloem, open je hart naar de zon. Eik en olijfboom, vertel ons hoe alles begon. Linde en lijsterbes, fluister het grote verhaal: God die de aarde gemaakt heeft voor ons allemaal.
refrein Halleluja. Glorie aan U. Halleluja. Halleluja. Glorie aan U. Halleluja.
3 Nachtegaal, wielewaal, leer ons het lied van het Kind: Zoon van de Vader die klein wordt en bij ons begint. Mussen en mezen, zing over de Heilige Geest: God die bij ons komt, ons aanvuurt, ons troost en geneest.
refrein Halleluja. Glorie aan U. Halleluja. Halleluja. Glorie aan U. Halleluja.
1 Heer, wat ziet U in een mens? Hoe had U mij bedacht? Wist U hoe ik dwalen zou, niet doe wat U verwacht?
refrein1 Dank ik U voor wat U geeft, alles wat U hebt gemaakt? Ik heb voor mezelf geleefd. U ben ik kwijtgeraakt.
2 Heer, wat ziet U in een mens? Wat doe ik met uw aarde? Zorg ik goed voor wat U geeft? Schat ik uw werk op waarde?
refrein2 Help ik wie mij nodig heeft, sta ik voor uw mensen klaar? Leef ik zoals Jezus leeft? Maak ik uw dromen waar?
3 Heer, wat ziet U in een mens? Waar brengt U mij naartoe? Hoe kan ik U volgen, Heer? Wat wilt U dat ik doe?
refrein3 Geeft U mij uw goede Geest, kracht om in uw licht te staan. Laat me zien wie ik mag zijn. Help mij uw weg te gaan.
1 De tijd raakt op. De wereld staat in brand. De bossen worden droger, woestijnen worden groter, er blijft geen groen meer over. Het ritme van de aarde is van slag. De tijd raakt op. Het weer is uit balans. We zien de akkers droogstaan, de mensen op de vlucht slaan, en grenzen voor ze dichtgaan. Het ritme van de aarde is van slag.
refrein Breng ons weer in lijn met de stem van de seizoenen, met de aarde die miljoenen jaren trouw haar ritme gaf. Breng ons weer in lijn met de grenzen van de aarde. Help ons stap voor stap vertragen en te leven met de dag.
2 De tijd raakt op. De zeeën zijn te warm. Koralen worden bleker, voedselketens breken, de oceaan wordt leger. Het ritme van de aarde is van slag. De tijd raakt op. De gletsjers smelten al. Het water komt maar hoger, gebieden overstromen, geen mens kan er nog wonen. Het ritme van de aarde is van slag.
refrein Breng ons weer in lijn met de stem van de seizoenen, met de aarde die miljoenen jaren trouw haar ritme gaf. Breng ons weer in lijn met de grenzen van de aarde. Help ons stap voor stap vertragen en te leven met de dag.
Brug Is dit een kruispunt in de tijd? Loopt dit goed af, o God? Het ritme, hoor het ritme, hoor het tikken van de klok. Het is de hoogste tijd, de hoogste tijd, de hoogste tijd, de hoogste tijd, de hoogste tijd het tij te keren.
refrein Breng ons weer in lijn met de stem van de seizoenen, met de aarde die miljoenen jaren trouw haar ritme gaf. Breng ons weer in lijn met de grenzen van de aarde. Help ons stap voor stap vertragen en te leven met de dag.
1 Heilige Geest, adem door uw schepping heen. Scheid het duister van het licht, geef opnieuw uw evenwicht. Kom, Schepper Geest.
2 Heilige Geest, adem door uw schepping heen. Zet de aarde vol in bloei, geef uw ritme, geef uw groei. Kom, Schepper Geest.
refrein1 Adem, adem, U maakt alles nieuw. Adem, adem, kom en maak ons nieuw.
3 Heilige Geest, adem door uw schepping heen. Schenk uw licht aan groot en klein, laat het leven talrijk zijn. Kom, Schepper Geest.
refrein2 Adem, adem, U maakt alles nieuw. Adem, adem, kom en maak ons nieuw.
4 Heilige Geest, adem door ons leven heen. Maak ons van uw werk bewust, breng door ons uw schepping rust. Kom, Schepper Geest.
refrein3 Adem, adem, U maakt alles nieuw. Adem, adem, kom en maak ons nieuw.
O Kom en maak ons nieuw!
refrein Laat ons kijken naar de aarde door de ogen van de Maker. Tot wij, in ons doen en laten, haar met alle liefde, alle dagen, op handen dragen.
1 God is nog aan het werk, zelfs in de grijze steden om ons heen, waar bodemleven stikt in steen. Als daar het licht maar even lonkt, komt lentegroen er dwars doorheen.
refrein Laat ons kijken naar de aarde door de ogen van de Maker. Tot wij, in ons doen en laten, haar met alle liefde, alle dagen, op handen dragen.
2 God is nog aan het werk, Diep in de donkerblauwe oceaan, waar onbeklommen bergen staan. Daar maken vissen zelf hun licht, zodat het leven door kan gaan.
refrein Laat ons kijken naar de aarde door de ogen van de Maker. Tot wij, in ons doen en laten, haar met alle liefde, alle dagen, op handen dragen.
3 God is nog aan het werk, ver boven wolken glimmend ruimtestof. Daar duiken nieuwe sterren op. Het licht wint overal terrein en wij mogen daar deel van zijn.
refrein2 Laat ons kijken naar de aarde door de ogen van de Maker. Tot wij, in ons doen en laten, haar met alle liefde, alle dagen, op handen dragen.
O Met alle liefde, alle dagen, op handen dragen.
refrein Maak ons een zegen voor uw schepping en vergeef ons waar het misging. Help ons steeds om in het klein beelddragers van U te zijn.
1 Leer ons leven in de schepping, zoals U leeft in ons. Leer ons houden van de aarde, zoals U houdt van ons.
refrein Maak ons een zegen voor uw schepping en vergeef ons waar het misging. Help ons steeds om in het klein beelddragers van U te zijn.
2 Leer ons kijken naar de wereld, zoals U kijkt naar ons. Leer ons werken voor haar toekomst, zoals U werkt in ons.
refrein Maak ons een zegen voor uw schepping en vergeef ons waar het misging. Help ons steeds om in het klein beelddragers van U te zijn.
O Help ons steeds om in het klein beelddragers van U te zijn.
1 Heer, U kleedt zich in het licht, als de zon straalt uw gezicht. U zweeft op vleugels van de wind. Wie is als U? Als U schept, dan is het daar. Spreek uw woord en het bestaat. Alles is door U gemaakt. Wie is als U?
voor-refrein Loof Hem, loof Hem, elke stem telt mee.
refrein Laat miljoenen stemmen samen zingen. Halleluja, halleluja. Hoor de hele schepping God aanbidden. Halleluja, halleluja.
2 Prijs Hem, al wat adem heeft, al wat op de aarde leeft. Heel de schepping zingt het lied: wie is als U? Hoge hemel, oceaan, mensen, dieren, zon en maan, alles draagt uw grote naam. Wie is als U?
voor-refrein Loof Hem, loof Hem, elke stem telt mee.
refrein Laat miljoenen stemmen samen zingen. Halleluja, halleluja. Hoor de hele schepping God aanbidden. Halleluja, halleluja.
Brug1 U bent hoog verheven, Gever van het leven, Maker van de aarde. Hoor ons zingen: niemand is als
Brug1 U bent hoog verheven, Gever van het leven, Maker van de aarde. Hoor ons zingen: niemand is als
Brug2 U bent hoog verheven, Gever van het leven, Maker van de aarde. Hoor ons zingen: niemand is als U.
refrein Laat miljoenen stemmen samen zingen. Halleluja, halleluja. Hoor de hele schepping God aanbidden. Halleluja, halleluja.
1 Heer, U ziet de droogte, U ziet ons dorsten naar het water. Wij verlangen naar herstel van deze aarde. Heer, U ziet de branden, U ziet ons vluchten voor de vlammen. Wij verlangen naar herstel van deze aarde.
voor-refrein Onschatbare waarde is in wat U maakte, dat zien wij. Wij willen aan het werk, maar ons geloof is zo beperkt, toch zijn wij nooit vergeten wat U zei:
refrein Zo klein, net zoals een mosterdzaadje hoeft het maar te zijn, zelfs dan is het groot genoeg. Zo klein, net zoals een mosterdzaadje hoeft het maar te zijn, zelfs dan is het groot genoeg.
refrein1 Zo klein.
2 U ziet al wat ademt, ziet wat ons niet lukt te bewaren. Wij verlangen naar herstel van deze aarde. U ziet ons proberen terug te winnen wat u maakte. Wij verlangen naar herstel van deze aarde.
voor-refrein Onschatbare waarde is in wat U maakte, dat zien wij. Wij willen aan het werk, maar ons geloof is zo beperkt, toch zijn wij nooit vergeten wat U zei:
refrein Zo klein, net zoals een mosterdzaadje hoeft het maar te zijn, zelfs dan is het groot genoeg. Zo klein, net zoals een mosterdzaadje hoeft het maar te zijn, zelfs dan is het groot genoeg.
refrein2 voor U.
Brug U geeft het zonlicht, zegent de vruchtbare grond. Neer valt de regen. U zet de hemel open.
Brug U geeft het zonlicht, zegent de vruchtbare grond. Neer valt de regen. U zet de hemel open.
refrein Zo klein, net zoals een mosterdzaadje hoeft het maar te zijn, zelfs dan is het groot genoeg. Zo klein, net zoals een mosterdzaadje hoeft het maar te zijn, zelfs dan is het groot genoeg.
refrein3 Net zoals een mosterdzaadje hoeft het maar te zijn, zelfs dan is het groot genoeg. Zo klein.
1 Ontvang de zegen van God voor vandaag: dat het land ons vrucht mag geven, dat de zon ons hart verwarmt, dat wij zijn liefde gaan beleven, op deze nieuwe dag.
2 Ontvang de zegen van God voor vannacht: dat de sterren ons verlichten, dat de rust ons zacht omarmt, dat zijn kracht ons op zal richten, na elke nieuwe nacht.
3 Ontvang de zegen van God voor elkaar: dat ons hart brandt voor de ander, dat ons woord zijn vrede zaait, dat het werk van onze handen zijn schepping mooier maakt. Ontvang de zegen van God voor vandaag.
1 Schepper God, hoe prachtig is uw aarde. Werk waar U met liefde aan begon, het leven ontstond in het licht van de zon.
2 Schepper God, wij kregen deze aarde. U gaf ons een duidelijke taak: bewerk en bewaar wat zo goed is gemaakt.
refrein Kyrie eleison, Schepper God, blijf bij ons. Kyrie eleison, ontferm U over ons.
3 Schepper God, vergeef ons onze zonden, want de aarde wordt weer woest en leeg. We lieten haar vallen en doen dat nog steeds.
refrein Kyrie eleison, Schepper God, blijf bij ons. Kyrie eleison, ontferm U over ons.
4 Schepper God, herstel ons diep vanbinnen. Maak ons hoopvol, nederig en sterk. Schrijf ons nog niet af, maak ons deel van uw werk.
refrein Kyrie eleison, Schepper God, blijf bij ons. Kyrie eleison, ontferm U over ons.
refrein Kyrie eleison, Schepper God, blijf bij ons. Kyrie eleison, ontferm U over ons.
1 Heer, we kennen U als Maker van de hemel en de aarde, van het water en het land. En Heer, we kennen U als Vader die ons nooit zal laten vallen. U houdt alles in uw hand.
refrein1 U, U zag dat alles goed was.
2 Heer van brede oceanen, waar rivieren in verdwalen, en waar water uit ontsnapt om dan als eindeloze regen weer te worden teruggegeven aan de zee en aan het land,
refrein2 U, U zag dat alles goed was. U, U zag dat alles goed was.
3 Heer, U ziet het volle leven, dat U ruimte hebt gegeven, en dat ademt en dat zucht. En Heer, we weten dat U luistert naar wie in het donker fluistert: geef ons vrede. Geef ons rust.
refrein2 U, U zag dat alles goed was. U, U zag dat alles goed was.
Brug Uw hand laat ons niet los. Wat U begon, maakt U volkomen.
Brug Uw hand laat ons niet los. Wat U begon, maakt U volkomen.
refrein2 U, U zag dat alles goed was. U, U zag dat alles goed was.
4 Heer, we kennen U als Vader die ons nooit zal laten vallen. U hebt ons immers zelf gemaakt.
1 Ik heb uw levenswerk gezien. Ik heb de zon zien ondergaan, het stille witte winterstrand, het glanzen van de oceaan. Ik heb uw levenswerk gezien tussen de wolken en de wind, de hoge bergen om me heen. U bent de Maker, ik uw kind.
refrein Alles is door U geschapen. Al wat is, brengt U tot stand. Al het licht en al het leven, God, hebt U aan ons gegeven en wij leven uit uw hand.
2 Ik heb uw levenswerk gezien. Ik zocht kastanjes in het bos. Een reekalf flitste langs me heen, tussen de struiken sloop een vos. Ik heb uw levenswerk gezien: de cantharellen in het mos, de pimpelmezen in de tuin. Ik ben uw kind. U bent mijn God.
refrein Alles is door U geschapen. Al wat is, brengt U tot stand. Al het licht en al het leven, God, hebt U aan ons gegeven en wij leven uit uw hand.
1 Word eens stil, kun je haar stem verstaan? Gods aarde zingt heel zacht. Met haar lied spoort ze de mensen aan: werk mee voor een nieuwe dag.
refrein Ken je Gods hoop? Ze brengt ons een nieuw begin. Dus geef nog niet op, maar ga aan de slag. Ken je Gods hoop? Wat gebroken is wordt weer heel. Werk daarom mee voor een nieuwe dag.
2 Kijk eens rond, zie hoe de schepping lijdt. Gods aarde is van slag. Doe haar recht, het is de hoogste tijd. Werk mee voor een nieuwe dag.
refrein Ken je Gods hoop? Ze brengt ons een nieuw begin. Dus geef nog niet op, maar ga aan de slag. Ken je Gods hoop? Wat gebroken is wordt weer heel. Werk daarom mee voor een nieuwe dag.
Brug Kun je de schepping horen? Zing mee met haar lied van hoop. Kun je Gods mensen horen? Zing mee met hun lied van hoop.
Brug Kun je de schepping horen? Zing mee met haar lied van hoop. Kun je Gods mensen horen? Zing mee met hun lied van hoop.
refrein Ken je Gods hoop? Ze brengt ons een nieuw begin. Dus geef nog niet op, maar ga aan de slag. Ken je Gods hoop? Wat gebroken is wordt weer heel. Werk daarom mee voor een nieuwe dag.
1 In het begin was de aarde nog droog, en de velden waren leeg, geen bomen, struiken of bloemen. Maar in de grond lag nieuw leven al klaar, in de aarde sliep het zaad, tot U het land zou bevloeien.
voor-refrein Heer, U zet de hemel open, wat gezaaid werd, komt naar boven.
refrein Wanneer uw regen valt, komt de groei, waar wij zo naar verlangen. Wanneer uw regen valt, komt de bloei, U werkt door onze handen. Wanneer uw regen valt.
2 U geeft ons adem en nodigt ons uit om te zorgen voor uw tuin. Zo mogen wij met U werken. Wij doen ons best, maar de vrucht van ons werk is afhankelijk van U. Zonder U zijn wij nergens.
voor-refrein Heer, U zet de hemel open, wat gezaaid werd, komt naar boven.
refrein2 Wanneer uw regen valt, komt de groei, waar wij zo naar verlangen. Wanneer uw regen valt, komt de bloei, U werkt door onze handen. Wanneer uw regen valt, komt de groei, waar wij zo naar verlangen. Wanneer uw regen valt, komt de bloei, U werkt door onze handen. Wanneer uw regen valt!
1 Dag één! Het licht begint te schijnen. Dag twee! De zee en de blauwe luchten. Dag drie! De bomen en de bloemen. Wat een kunstenaar is onze Heer!
refrein Het is goed wat Hij doet. Het geeft ons kracht. Het geeft ons moed. Meer dan dit is er niet: Hij is God die alles schiep, die alles ziet. Wat een kunstenaar!
2 Dag vier! De lichten aan de hemel. Dag vijf! De vogels en de vissen. Dag zes! De dieren en de mensen. Wat een kunstenaar is onze Heer!
refrein Het is goed wat Hij doet. Het geeft ons kracht. Het geeft ons moed. Meer dan dit is er niet: Hij is God die alles schiep, die alles ziet. Wat een kunstenaar!
Brug De zevende dag, een dag van rust. Hij maakt het leven licht. Hij maakt het leven goed. De zevende dag, een dag van rust. Hij maakt het leven licht. Hij maakt het leven goed.
refrein2 Het is goed wat Hij doet. Het geeft ons kracht. Het geeft ons moed. Meer dan dit is er niet: Hij is God die alles schiep, die alles ziet. Wat een kunstenaar! Wat een kunstenaar!
refrein3 Het is goed wat Hij doet. Het geeft ons kracht. Het geeft ons moed. Meer dan dit is er niet: Hij is God die alles schiep, die alles ziet.
1 Wat hebben we gedaan? We reisden en we vlogen, steeds verder en goedkoper. We zijn maar doorgegaan, we gingen grenzen over en sloten onze ogen.
2 Wat hebben we gedaan? We aten wat we wilden van over heel de wereld. We zijn maar doorgegaan, vergaten wat we hadden op onze eigen akkers.
refrein Vergeef ons. Herstel ons, en help ons de aarde te verstaan.
3 Wat hebben we gedaan? We zijn maar blijven kopen, de kasten stromen over. We zijn maar doorgegaan, en geen van deze spullen kon onze leegte vullen.
refrein Vergeef ons. Herstel ons, en help ons de aarde te verstaan.
refrein Vergeef ons. Herstel ons, en help ons de aarde te verstaan.
4 Wat hebben we gedaan? De aarde die we kregen moet worden doorgegeven. Straks laten wij haar aan de kinderen zo achter. Wat staat hun dan te wachten?
refrein Vergeef ons. Herstel ons, en help ons de aarde te verstaan.
refrein Vergeef ons. Herstel ons, en help ons de aarde te verstaan.