Matthijn Buwalda • Je draagt het niet alleen
Matthijn Buwalda • Nog één rivier
Matthijn Buwalda • Voor de zwijgers
Schrijvers voor Gerechtigheid • Licht Aan • Lieve God
Schrijvers voor Gerechtigheid • Zeeën van Recht • Hoe lang nog Heer
Schrijvers voor Gerechtigheid • Scheppingsliederen • Dan bent U met ons
Schrijvers voor Gerechtigheid • Scheppingsliederen • De zevende dag
Schrijvers voor Gerechtigheid • Scheppingsliederen • Elke dag Uw zegen mee
Matthijn Buwalda • Dapper genoeg
1 Voor wie zoekt maar nergens vindt voor wie vecht maar zo vaak niet wint net als ik. Voor wie gaat, maar niet bereikt voor wie liefde geeft, maar niet krijgt weet dit:
refrein1 Je draagt het niet alleen.
2 Voor wie gokt en steeds verliest wie probeert, maar vaak verkeerd kiest net als ik. Voor wie lacht, maar niet geniet voor wie wel gelooft, maar niet ziet, weet dit:
refrein2 Je draagt het niet alleen, alleen. Je draagt het niet alleen, alleen. Raakt je rug de muur, sluit de nacht je in Kun je nergens heen dan er tegen in Je draagt het niet alleen, alleen.
Brug Zelfs als de hemel zwijgt Als je geloof bezwijkt
Brug (+ tegenstem/vertaling) Zelfs als de hemel zwijgtJe draagt het nietAls je geloof bezwijktalleen, alleenAls je me niet begrijptJe draagt het nietIk zal er altijd zijnalleen, alleen
Brug (+ tegenstem/vertaling) Zelfs als de hemel zwijgtJe draagt het nietAls je geloof bezwijktalleen, alleenAls je me niet begrijptJe draagt het nietIk zal er altijd zijnalleen, alleen
refrein Je draagt het niet alleen.
Brug Zelfs als de hemel zwijgt Als je geloof bezwijkt
1 Wij zijn een volk met een bestemming, Maar al jaren onderweg. We begonnen ooit als slaven, Toen kwam God en deed ons recht. De bevrijding was spektakel, Na tien plagen pas groen licht. Onze voeten in de zandzee, En de zon in ons gezicht.
refrein Nog een rivier, nog een rivier, nog een rivier, Dan zijn we thuis.
2 Toen we bij de oever kwamen, Wachtte ons geen groot onthaal. We dachten net: We zijn er bijna, Maar God zei: Nog niet helemaal. Dus wij weer terug die woestijn in, Om te sterven in het zand. En om kinderen te krijgen, Kind'ren voor de overkant.
refrein Nog een rivier, nog een rivier, nog een rivier, Dan zijn we thuis.
3 Veertig jaar moesten we lopen, 't was een levenslange tocht. Onze straf voor alle ruzie, die We met God hadden gezocht. En toen alles terugbetaalt was, Ging het water aan de kant, Was het tijd om thuis te komen, In het onbekende land.
4 Ik ben een man met een bestemming, Maar al jaren onderweg. Om me heen lopen de mensen, Aan wie ik mij heb gehecht. Mijn woestijn kent stroken asfalt, Neon-lichten en vertier. Kijk ons leven of we God zijn, Tot we staan voor de rivier.
5 Want elke stap die brengt ons dichter, Bij de grote oversteek. Iedereen gaat als het tijd is, Iedereen moet hier doorheen. En bij elk afscheid op de oever, Loop ik met wie blijven terug, Met de tranen in mijn ogen, Maar de hoop steeds in mijn rug, Want ik weet,
refrein2 Nog een rivier, nog een rivier, nog een rivier, En dan ben ik thuis, dan ben ik thuis.
O dan ben ik thuis.
1 Deze is voor de zwijgers Voor de mond dicht mensen met weinig te bewijzen Ga 's bij ze kijken Deze is voor de dweilers Met de kraan ver open ze weten niet van wijken Van die eigenwijzen
refrein1 En wie alleen maar opstaat voor zichzelf Die mag weer gaan zitten Ja wie alleen maar opstaat voor zichzelf Ga alsjeblieft weer zitten Je staat in de weg van wie er moeten winnen Van die ongeziene helden en heldinnen [Interlude] Am \ \ \ Dm7/A \ Am \ Oo-oh
2 Deze is voor de kleinen Zij die aan het eind de grootsten zullen blijken Laat je niet misleiden En deze is voor de strijders Voor de niet loslaters die talkshowtafels mijden Maar wel geschiedenis schrijven
refrein2 En wie alleen maar opstaat voor zichzelf Die mag weer gaan zitten Ja wie alleen maar opstaat voor zichzelf Ga alsjeblieft weer zitten Je staat in de weg van wie er moeten winnen Van die ongeziene helden en heldinnen
Brug He-ey Voor alle winnaars zonder erelijst Voor alle redders zonder namen De goede mensen zijn de meerderheid Verstopt in het alledaagse
refrein3 Wie alleen maar opstaat voor zichzelf Die mag weer gaan zitten (ja dank u wel) Ja wie alleen maar opstaat voor zichzelf Ga alsjeblieft weer zitten Wie alleen maar opstaat voor zichzelf Die mag weer gaan zitten Ja wie alleen maar opstaat voor zichzelf Ga alsjeblieft weer zitten Je staat in de weg van wie er moeten winnen Van die ongeziene helden en heldinnen [Outro] Dm7/A \ Am C/G Deze is voor de zwijgers Dm7/A \ Am C/G Deze is voor de zwijgers (deze is voor de zwijgers) Dm7/A \ Am C/G Deze is voor de dweilers Dm7/A \ Am C/G Deze is voor de dweilers (deze is voor de dweilers) Dm7/A \ Am C/G Deze is voor de kleinen Dm7/A \ Am C/G Deze is voor de kleinen (deze is voor de kleinen) Dm7/A \ Am C/G Deze is voor de strijders Dm7/A \ Am \ Deze is voor de strijders (deze is voor de strijders)
1 Lieve God, Mag ik U misschien iets vragen? Ik kan niet goed begrijpen hoe de wereld van vandaag zo vreemd kan zijn.
refrein Laat U mij zien wat wij kunnen doen? Dit is de wereld, die U ooit hebt gemaakt. Kunt U mij vertellen waarom ik dit gebeuren laat?
2 Lieve God, wij zijn met steeds meer op aarde, en toch zijn mensen eenzaam: in de drukte vergeten wij elkaar.
3 Lieve God, bijna niemand houdt van oorlog en toch blijven wij vechten en de doden stapelen zich op.
refrein Laat U mij zien wat wij kunnen doen? Dit is de wereld, die U ooit hebt gemaakt. Kunt U mij vertellen waarom ik dit gebeuren laat?
4 Lieve God, in de kluizen van de banken bewaren wij miljarden en de armen geven wij een hand.
5 Lieve God, steeds meer mensen hebben honger en mijn vrienden worden dikker, dus de kilo's zijn niet goed verdeeld.
6 Lieve God, ik kan soms op iemand stemmen, maar dat lijkt niet te helpen. Weet U iemand? Dan luister ik naar hem.
refrein Laat U mij zien wat wij kunnen doen? Dit is de wereld, die U ooit hebt gemaakt. Kunt U mij vertellen waarom ik dit gebeuren laat?
refrein Laat U mij zien wat wij kunnen doen? Dit is de wereld, die U ooit hebt gemaakt. Kunt U mij vertellen waarom ik dit gebeuren laat?
refrein Hoe lang nog, Heer? Hoe lang nog, Heer? Hoe lang blijft U weg?
refrein Hoe lang nog, Heer? Hoe lang nog, Heer? Hoe lang blijft U weg?
1 Hoe lang nog, Heer, sterven mensen van de honger? En hoe lang, Heer, geeft de akker hun geen oogst, omdat de zon de grond uitdroogt? Hoe lang nog, Heer, zullen wij de bossen kappen? Hoe lang nog, Heer, vult ons vuil de oceaan? Hoe lang laat U ons doorgaan, Heer?
refrein2 Hoe lang nog, Heer? Hoe lang nog, Heer? Hoe lang wacht u af?
2 Hoe lang nog, Heer, dragen kinderen geweren? En hoe lang, Heer, duurt de strijd om macht en geld? Hoe lang gaat het geweld nog door? Hoe lang nog, Heer, zijn we bang voor wie hier vreemd zijn? Hoe lang nog, Heer, jagen wij hen op de vlucht, vervolgd, gehaat en uitgeput?
refrein3 Hoe lang nog, Heer? Hoe lang nog, Heer? Hoe lang kijkt U toe?
3 Hoe lang nog, Heer, profiteren wij van slaven? En hoe lang, Heer, worden vrouwen nog verkocht? Waarom komt niemand voor hen op? Hoe lang nog, Heer, zal de hebzucht ons verdelen? Hoe lang nog, Heer, nemen onze winsten toe. En wanneer hebben wij genoeg?
refrein4 Hoe lang nog, Heer? Hoe lang nog, Heer? Hoe lang blijft u weg?
refrein5 Hoe lang nog, Heer? Hoe lang nog, Heer? Hoe lang tot u komt?
1 Hoelang al ruikt U het branden van de bossen? Hoelang al voelt U het vuur? Hoelang al ziet U de oogsten mislukken? Hoelang al vraagt U aan ons hoelang het nog duurt?
2 Hoelang al ziet U de opgedroogde meren? Hoelang al lijdt de natuur? Hoelang al heeft U de dieren zien sterven? Hoelang al vraagt U aan ons hoelang het nog duurt?
voor-refrein Kom, Jezus, kom. U lijkt ver bij ons vandaan, maar het is juist andersom, Heer, U bent nooit weggegaan.
refrein Want U woont waar niemand meer kan leven. U bent thuis op plaatsen zonder hoop, waar de aarde niets meer heeft te geven, waar de zee de dorpen binnenstroomt. U bent vrienden met de allerarmsten, U zit naast hen in de hete zon. En zijn wij met hen, dan bent U met ons.
3 Hoelang nog hebben uw kinderen geen eten? Hoelang nog roept U om recht? Hoelang nog vraagt U of wij U vergeten? Hoelang nog voordat wij doen wat U heeft gezegd?
voor-refrein Kom, Jezus, kom. U lijkt ver bij ons vandaan, maar het is juist andersom, Heer, U bent nooit weggegaan.
refrein Want U woont waar niemand meer kan leven. U bent thuis op plaatsen zonder hoop, waar de aarde niets meer heeft te geven, waar de zee de dorpen binnenstroomt. U bent vrienden met de allerarmsten, U zit naast hen in de hete zon. En zijn wij met hen, dan bent U met ons.
1 Heer, de dag vliegt voorbij en we hebben geen tijd en we slapen te kort en te laat. En we rennen maar door, maar waar werken we voor? We vergeten wat U hebt gevraagd.
refrein Maar de zevende dag is van U. We geven de week die ons wacht weer aan U. Om te leven, te dromen, te zien wat U voor ons bedacht, geeft U ons de zevende dag.
2 Elke lente vervliegt en de zomer is kort en de herfst en de winter staan klaar. Ieder jaar vliegt voorbij en we nemen geen tijd om te doen wat U ons hebt gevraagd.
refrein2 Maar U droomt van het zevende jaar. Dan geven we alles terug aan elkaar. En we rusten, we vieren, genieten van alles wat leeft. Dan zien we wat U aan ons geeft.
Brug Zeven en zeven: U gunt ons uw leven en als het verkeerd gaat, begint U opnieuw. Zeven keer zeven: U wilt ons vergeven en als wij U volgen, maakt U alles nieuw.
refrein3 De zevende dag is van U. We geven de week die ons wacht weer aan U. Om te leven, te dromen, te zien wat U voor ons bedacht, geeft U ons de zeven.. De zevende dag is van U. We geven de week die ons wacht weer aan U. Om te leven, te dromen, te zien wat U voor ons bedacht, geeft U ons de zevende dag.
1 U bent de God van het kansen geven, daar zijn wij voorbeelden van. Wij mogen door waar U bent gebleven, door met uw scheppingsplan.
2 U bent de God van het werk verdelen, wij zijn voor U aan de slag. U geeft ons werk in de tuin van heden, arbeid voor elke dag.
refrein En we zaaien nu de toekomst, we werken vol verwachting met U mee. En we zingen dat het goed komt, U geeft ons elke dag uw zegen mee. U geeft ons elke dag uw zegen mee.
3 Wij komen U in de schepping tegen, U zit in alles verstopt. Niets is te groot of te klein gebleken, U bent in alles God.
refrein En we zaaien nu de toekomst, we werken vol verwachting met U mee. En we zingen dat het goed komt, U geeft ons elke dag uw zegen mee. U geeft ons elke dag uw zegen mee.
Brug1 Het scheppen gaat door, samen met U. De toekomst breekt aan, samen met U. Voor ieder genoeg, samen met U. Waar je ook woont, samen met U.
Brug2 De aarde weer groen, samen met U. De zeeën weer schoon, samen met U. Het leven is mooi, samen met U. En sterk als een boom, samen met U. Halleluja, samen met U! Halleluja, samen met U! Samen met U, samen met U!
refrein En we zaaien nu de toekomst, we werken vol verwachting met U mee. En we zingen dat het goed komt, U geeft ons elke dag uw zegen mee. U geeft ons elke dag uw zegen mee.
refrein En we zaaien nu de toekomst, we werken vol verwachting met U mee. En we zingen dat het goed komt, U geeft ons elke dag uw zegen mee. U geeft ons elke dag uw zegen mee.
1 Je hoeft geen bergen te beklimmen Geen legers te verslaan Het hoeft niet altijd maar door te gaan Je hoeft de wereld niet te winnen Of te landen op de maan ‘t Is bovendien ook allang gedaan
voor-refrein Als je altijd verder kijkt Zie je weinig heel dichtbij En daar ligt wat je zoekt
refrein Als het je lukt te blijven houden van En de mensen te vertrouwen dan Ben je vandaag dapper genoeg Als je je zegeningen hebt geteld En je wat rust kunt vinden met jezelf Dat is vandaag dapper genoeg
2 Je hoeft niet groots en niet meeslepend Je mag ook klein en stil Het hoeft niet altijd als in een film Je hoeft die glimlach niet te faken Dat doen er al zoveel Alleen wat echt is maakt verschil
voor-refrein Als je altijd verder kijkt Zie je weinig heel dichtbij En daar ligt wat je zoekt
refrein Als het je lukt te blijven houden van En de mensen te vertrouwen dan Ben je vandaag dapper genoeg Als je je zegeningen hebt geteld En je wat rust kunt vinden met jezelf Dat is vandaag dapper genoeg
Brug Oh oh oh oh oh oh, Dapper genoeg Oh oh oh oh oh oh, Dapper genoeg
voor-refrein Als je altijd verder kijkt Zie je weinig heel dichtbij En daar ligt wat je zoekt
refrein Als het je lukt te blijven houden van En de mensen te vertrouwen dan Ben je vandaag dapper genoeg Als je je zegeningen hebt geteld En je wat rust kunt vinden met jezelf Dat is vandaag dapper genoeg